Home » Bovenbouw » Kunstgeschiedenis » Renaissance » Renaissance in Italië

De kunst

is te omschrijven als rustig, evenwichtig, symmetrisch en gemaakt met inachtneming van de ideale verhoudingen (gulden snede), en de juiste proporties.

Menselijke maat uitgangspunt

Ook klassieke onderwerpen (mythologie in plaats van alleen maar de Bijbelse thema’s) naast nog steeds vaak religieuze kunst.

Natuurgetrouwe weergave van de driedimensionale wereld door een aantal Picturale ver- nieuwingen, namelijk:

  1. Uitvinding van Lijnperspectief (ongeveer 1425, door Brunelleschi, Florence )

  2. Ontwikkeling van atmosferisch perspectief (Vlaanderen)

  3. Perfecte beheersing van plasticiteit en stofuitdrukking (Vlaanderen)

  4. Portretten in ‘driekwart’ (Vlaanderen)

  5. Mens als inspiratiebron; anatomie en verhoudingen perfect natuurgetrouw weergegeven. (Italië)

  6. Gebruik van Verkort (scorzi) in het weergeven van vooral lichamen (Italië)

Meer kenmerken van vooral Italiaanse schilderkunst:

  • Symmetrie, Harmonie, rust

  • Vrij egale en heldere belichting

  • Centraalperspectief

  • Perfecte anatomie, natuurlijke plooival, houdingen vaak uit klassieke beelden overgenomen!

  • Naast bijbelse ook klassieke (mythologische-) onderwerpen

  • Geschilderde architectuur bevat klassieke kenmerken

  • Driehoeken (piramide) in compositie met horizontale basis en punt centraal

  • Zuivere, heldere kleuren

  • Vormen duidelijk omlijnd; lineair van opzet

  • Hierdoor staan (groepjes) figuren ‘los’ van elkaar, duidelijkheid met betrekking tot voor- grond/achtergrond

  • Door naturalisme en illusionisme is het schilderij als het ware een ‘venster’ op een realistisch aandoende werkelijkheid. (in plaats van een soort ‘goddelijke’ werkelijkheid in middeleeuwse kunst!)

Beeldhouwkunst Italie

  • Beelden gaan weer op vrijstaande klassieke beelden lijken

  • Ruiterstandbeeld (portretten machthebbers) worden weer populair (romeins voorbeeld!)

  • Mannelijk en vrouwelijk naakt keren ook terug! (met geidealiseerde perfecte anatomie)

  • Ook hier klassieke thema’s

  • Levensgroot tot zelfs gigantisch (David van Michelangelo)

  • Marmer, Brons (kostbaar, moeilijker en gevoelig voor omsmelten, dus minder van over), en in mindere mate hout (klassieke voorbeelden waren ook van marmer of brons!)

 

Architectuur Italië

  • Ideale proporties

  • Gulden snede, harmonische vormentaal

  • Verdeling op basis van vierkanten en cirkels

  • Sober, streng (duidelijke regels over wat wel en niet ‘kon’), weinig versiering, symme- trisch

  • Gebruik van wit en grijstinten, egale muurvlakken (Pazzi kapel)

  • Klassieke beeldtaal keert terug, goede studie klassieke architectuur in Rome was een must voor iedere architect

  • Veel aandacht weer voor bijvoorbeeld Vitruvius’ handboek over de architectuur. (Vitruvius was een Romein die leefde ten tijde van Keizer Augustus, dus rond het jaar nul!)

  • Gebruik rondbogen en koepels, klassieke zuilen, frontons enz...

     

Kunstenaars om te onthouden uit de Renaissance:
Italië:
Brunelleschi (Koepel van Florence en Pazzi kapel) (ca. 1430) Botticelli (geboorte van Venus, Primavera) (ca. 1480)

Filipo Lippi (ca. 1450)
Masaccio (eerste die lijnperspectief toepast) (1420)
Michelangelo Buonarotti (sixtijnse kapel, David, Pieta en koepel Sint-Pieter Rome) (1510) Leonardo da Vinci (Mona Lisa, laatste avondmaal) (1500)
Raphaello Sanzio da Urbino (Raphael), ca. 1500-1520)

 

Vlaanderen:
Jan van Eyck (ca. 1430)
Rogier van der Weijden (ca. 1430)
Jeroen Bosch (ca. 1500)
Pieter Bruegel (ca. 1560’s)