Home » Bovenbouw » Kunstgeschiedenis » Middeleeuwen » vroege middeleeuwen

De periode direct na de val van het (west-) Romeinse rijk (476 n. Chr.) wordt de vroege-middeleeuwen genoemd. De eerste periode (tot het ca. jaar 1050) algemeen gezien als de ‘donkere middel- eeuwen’. West Europa valt terug in een chaotische warboel. Kunst en cultuur van Romeinen verdwijnt snel en de relatief weinige kunst die nu gemaakt wordt komt vooral uit kloos- ters. Kloosters blijven tot het jaar 1000 de bolwerken waar schrift, taal en kunstvoorwer- pen worden bewaard, verzameld en gemaakt. Culturele en politieke opleving tijdens be- wind van Karel de Grote, die West-Europa onder één leider verenigt, (rond 800 n.Chr.)

maar rijk valt na zijn dood snel uiteen. Door plunderingen van Vikingen en epidemieën duurt het tot het jaar 1000 voordat het in West-Europa weer de goede kant opgaat.

Dit beeld dient wel enigszins bijgesteld te worden, aangezien er in deze ‘woeste’ tijd toch behoorlijk veel kunst werd geproduceerd op erg hoog niveau! Kloosters speelden een be- langrijke rol, maar er was meer handel en uitwisseling van ideeën dan lijkt uit het boven- staande beeld.

In deze periode zijn in verschillende delen van Europa totaal verschillende beeld-tradities
te herkennen. Door de handel die weliswaar minder is dan in het Romeinse rijk, maar nog steeds bestaat worden ideeën uitgewisseld en is er een kruisbestuiving te zien in de beeld- taal. Veel kunst heeft een ‘portable’ karakter, en monumentale kunst verdwijnt bijna hele- maal. Reden hiervoor is waarschijnlijk dat veel volkeren rondtrokken en dus geen vaste ver- blijfplaatsen hadden, waardoor kunst kleiner en lichter moest zijn om mee te kunnen ne- men.

Middeleeuwse kunst werd vanaf de Renaissance gezien als minderwaardig ten opzichte van de Klassieke kunst. Reden hiervoor is de totaal andere benadering van de beeldtaal. Als je deze visie laat voor wat het is zijn er waanzinnig interessante en mooie kunstvoorwerpen gemaakt in deze periode. Met name het sterk gestileerde en platte karakter van de kunst (in tegenstelling tot het naturalisme en ruimtelijke in de klassieke kunst) werd door
de kunstkenners vanaf de Renaissance absoluut niet gewaardeerd.

De illustraties die werden gemaakt om de kostbare handgeschreven religieuze boeken te versieren zijn goede voorbeelden van vroegchristelijke kunst. Er zijn voorbeelden overgele- verd uit de Britse eilanden o.a. the Book of Kells. Ook de boekbanden (de ‘kaft’) waren vaak van kostbaar edelsmeedwerk, ingelegd met edelstenen en soms zelfs klassieke (= uit de Romeinse tijd) juwelen die werden ge-recycled!). De graf-schat van Sutton-hoo is een erg mooi voorbeeld van wereldlijke kunst uit de 7e eeuw. Hier is goed te zien dat er op erg hoog niveau met goud en email cloisonné werd gewerkt!

 

Vier ‘gebieden’ met een eigen beeld-traditie:

 

Byzantijnse cultuur

(blijft als ‘oost’ Romeins rijk bestaan tot 1452, centrum is Con- stantinopel)

Dit is kunst en cultuur uit het Byzantijnse (oost-Romeinse) rijk, (Hoofdstad Constantinopel, heet tegen- woordig Istanboel). Dit rijk bleef welvarend en er ontwikkelde zich een eigen beeldtaal.

heiligen werden gestileerd, frontaal, ‘zwevend’ met grote amandelvormige opengesperde ogen afgebeeld.

Star, streng van karakter, symmetrisch, regelmatig, statisch. Kunst geeft een ‘symbolische’ bovenwereldse wereld weer, geen realisme.

Afkeren van klassieke naturalisme (=zeer realistisch weergeven van de voorstelling) is niet per se een stap ‘terug’, maar grotendeels een bewuste keuze!

Techniek die veel werd toegepast is mozaiëk. Anders dan de Romeinen warden kleine stukjes gekleurd glas gebruikt en veel goud. Mozaiëk werd niet vlak, maar in verschillende hoeken aangebracht, waardoor een spectaculair glinsterend en flikkerend effect werd bereikt.

zeer veel kunst en architectuur verloren gegaan. (onder andere door een lange periode van beelden-vernietiging in de 8e eeuw; Iconoclasme) Bijna nergens in Europa nog te bewonderen. Beste voorbeelden in Ravenna.

Gebruiken en ontwikkelen de spectaculaire ‘pendentief-koepel’ (Aya Sofia, Constantinopel), (=ronde koepel op een vierkante basis, met pendentieven (=’boldriehoek’ onder de koepel)

kerk-architectuur gebaseerd op twee basisvormen; centraalbouw (san vitale, Ravenna ca. 530) en de langwerpige (axiale) Basilica-vorm (oude sint Pieter, Rome ca. 320)

 

Islamitische Cultuur

(7e eeuw ontstaat en groeit het Islamitische rijk, dringt door tot in Spanje!)

vaak geen voorstelling met mensen of dieren afgebeeld, i.v.m. ‘verbod’ op afbeelden van levende wezens (zoals beschreven in verschillende vroeg Islamitische geschriften)

de term hiervoor is ‘Aniconisme’ (aniconisme betekent niet-afbeelding)

vaak worden abstracte geometrische patronen gecombineerd met kalligrafie van koranteksten

kalligrafie is tekst schrijven in een op zichzelf decoratief ‘schoonschrift’ gebruiken hoefijzerbogen (Córdoba)

 

Insulaire & Angelsaksische kunst (vanaf ca. 600, Britse eilanden)

sterk gestileerde figuren
planten en dierenmotieven
geen plasticiteit, geen naturalisme, vlakke vormen met contourlijnen sterk grafisch, lineair (=duidelijke opbouw in lijnen) van opzet.
erg ingewikkelde vlecht-motieven
soms zuiver decoratieve (abstracte) tapijtpagina’s.
Bijna altijd kunst in christelijke context. (luxe bijbels)
Mensfiguren beïnvloed door byzantijnse kunst (frontal, vlak, ‘zwevend’)

 

Karolingische ‘renaissance’/stijl

(rond 800, Noord-West Europa)

Aan het hof van Karel de grote Spiegelen zich aan de klassieken

Centraalbouw (Paltskapel Aachen) zoals in Ravenna (in de ogen van karel de grote klas- siek!)

Invloed uit byzantijnse wereld, klassieke wereld en zelfs de insulaire beeldtaal door inhuren van Britse godsdienst-geleerden!

Door stimulering van scriptoria zijn er relatief veel manuscripten bewaard gebleven.