Home » Bovenbouw » Kunstgeschiedenis » de Grieken » Klassieke periode

Klassieke Periode (500 - 300 BCE)

- uitvinding van de contrapost-houding; beelden worden levendiger, er ontstaat meer spanning in de houding, diagonalen in heup en schouders.
- veel natuurlijker weergave van de lichaamsverhoudingen: de figuren komen in beweging, maar zijn toch nog vrij frontaal.
- beelden een sombere, strenge en emotieloze gelaatsuitdrukking.
- Doel van de beeldhouwers was streven naar een ‘perfecte schoonheid’. Deze werd bereikt door een balans tussen rust en beweging, spanning en ontspanning, en onder invloed van de wiskunde (pythagoras) de zoektocht naar de perfecte
verhoudingen tussen de verschillende onderdelen in het geheel.
- evenwicht tussen natuurgetrouwheid en idealisering, (tussen het lichamelijke en het geestelijke). Idealiseren geeft beelden een soort goddelijke schoonheid. Het zijn geen aardse mensen.
- Perfecte beheersing door beeldhouwers van materialen en technieken; volledige beheersing van menselijke anatomie en tonen daarvan in moeilijke houdingen.
- Ontwikkeling naar steeds realistischer beelden (dus steeds minder geidealiseerd) en dus minder ‘goddelijk’. Sensueler, waardoor het eerste vrouwelijk naakt ontstaat, en ook de mannen veranderen van zwaar gespierde warriors naar meer metroman, met rondere vormen en minder zwaar aangezette six-pack. Logisch dat ook de emotieloze blik langzaam verdwijnt.