Gotiek 1150 – 1500

 

Naam is in 1550 bedacht in Italië om de belachelijk lelijke en barbaarse stijl aan te duiden die populair was in Noord-Europa (met name Frankrijk, île de Paris) in de 13e en 14e eeuw. De naam heeft niets met het volk de ‘Gothen’ te maken, maar dat waren wel de barbaren die Rome ooit ver voor de Gotiek - in de 5e eeuw - hadden geplunderd en veroverd. (En eigenlijk helemaal niet zo barbaars waren!)

Verschuiving van Intellectuele en Religieuze leven van kloosters naar DE STAD!!! (ontstaan eerste Europese Universiteiten en mega-bouwwerken: de Kathedralen!)

Relatief vredige en welvarende periode in de Europese geschiedenis

Burgerij in de steden wordt belangrijke economische factor. Gilden en handelaren zorgen voor veel handel. Kunst wordt op grotere schaal besteld en kunstwerken en kunstenaars verspreiden zich over heel Europa.

 

Architectuur

Eerste echt nieuwe stroming na de klassieken

Is in Frankrijk ontstaan in 1122, met de verbouwing van de Franse koningskerk in St. Denis (vlakbij Parijs). Won snel aan invloed en verdrong de Romaanse beeldtaal

Steden ontstaan of groeien weer uit tot grote centra en winnen aan macht. De gotiek is de stijl van de nieuwe machtige steden!

Vooral kerken en Kathedralen, maar ook belangrijke ‘aardse’ bouwwerken als stadhuizen, lakenhallen en (stads-)kastelen worden in gotische stijl gebouwd.

Waarschijnlijk onder invloed van verbeteringen in architectonische kennis met betrekking tot verhoudingen en constructie. (Arabische kennis!)

Kernprincipes zijn drang naar Verticaliteit en Licht!

Grote raampartijen waarin gebrandschilderde vensters werden gezet, die een goddelijk ge- filterd licht binnenlaten.

Veel verticale doorlopende lijnen in de kerk door gebruik van bundelpijlers

Alles Smal en hoog (langgerekt) en overdadig versierd met fijne ornamenten.

Veelvuldig gebruik van Spitsbogen

Gebruik van het ‘lichte’ kruisribgewelf. Stevige ribben voeren kracht af naar pijlers en steunberen, tussen de ribben werden de vlakken opgevuld met lichte steentjes.

Gebruik van luchtbogen en steunberen, waardoor krachten van de muren naar buiten wor- den afgevoerd. Dit schept de mogelijkheid grote raampartijen (zonder draagkracht) in de muren te maken.

Hierdoor mogelijk om veel hoger te bouwen!

 

Schilderkunst

Ook in de schilderkunst heerst verticaliteit (vaak wat uitgerekte fuguren)

Duidelijke maar geleidelijke overgang van vlakke romaanse beeldtaal naar een ruimtelijke en verfijnde beeldtaal. Schaduwwerking, plooival, overlapping en afsnijdingen worden toe- gepast om een natuurgetrouwer beeld van de werkelijkheid te scheppen.

Eerste pogingen om een realistische ruimte te suggereren door middel van gevoelsper- spectief. (Absoluut geen wiskundige benadering) in plaats van de Romaanse vlakke achter- grond

Vaak zijn belangrijke (hoofd)figuren in een voorstelling veel groter afgebeeld dan de minder belangrijke bijfiguren.

Vaak heeft het kader of zelfs de schilderijlijst de vorm van spitsbogen met typisch gotische versieringen

In figuren wordt plooival van kleding plastischer, worden gezichten realistischer met steeds meer aandacht voor verhoudingen en gelaatstrekken.

De omgeving van de figuren krijgt meer aandacht en ruimte, figuren worden relatief kleiner afgebeeld, en staan vrijer verspreid in die ontstane ruimte.

Onderwerpen zijn religieus. Functie om bezoekers kerk te instrueren blijft. Vaak staan de opdrachtgevers in de religieuze taferelen verwerkt. Rijken laten ook werken maken voor zichzelf thuis. (voor prive-devotie, dus wel sterk religieuze inhoud)

Altaarstukken blijven erg traditioneel (dus ‘vlak’, soms zelfs met vlakke bladgouden achter- grond). In de kapellen van de kerken konden schilders vrijer te werk gaan. (de afgebeelde ruimte onderzoeken)

Ook de miniatuurschilderkunst bloeit. Hierin zijn voor het eerst stadsgezichten en het dage- lijks leven zeer verfijnd en precies weergegeven. De schilderingen werden gebruikt in getij- denboeken; een soort prive-gebedsboeken.