Home » Bovenbouw » Kunstgeschiedenis » de Grieken » Archaïsche periode

De Archaïsche periode (700 - 500BCE)

- Erg statische, grote monumentale beelden
- Mens erg hoekig, gestileerd, symmetrisch weergegeven en in duidelijke losse volumes opgebouwd.
- Haren zijn een horizontaal in rijen verdeelde haarmassa die haarkrullen suggereert (etagekapsel)
- Wezenloze gelaatsuitdrukking; de archaïsche glimlach
- Weinig variatie in onderwerpen; de Kouros (jongeman), de korè, (jonge vrouw). Verder nog een paar mythische wezens. (bijv. griffioen).
- Kouros is altijd naakt in een stijve frontale houding. Armen aangesloten aan romp, linkerbeen iets vooruit.
- Egyptische invloed te zien aan slanke taille en brede schouderpartij
- Meisje (korè) lijkt op kouros, maar is gekleed. Voeten naast elkaar.
- Ontwikkeling in de archaische beelden: Steeds meer nadruk op anatomie, dus ook op gezicht! Ook plooival van kleding (korè) ontwikkelt zicht langzaam maar zeker richting perfecte balans tussen kleding en naakte lichaam eronder.