Hellenisme (300 - 140 BCE)

- Verdwijnen van frontale karakter van beelden, beelden nodigen uit om van meerdere kanten te bekijken
- Virtuoze beheersing van anatomie en dynamiek/beweging. Bij mannen veel spiermassa, vrouwen worden erg wulps en sensueel.
- Vaak diep gesneden plooival in kleding, waardoor sterk licht-donker contrast ontstaat dat de dynamiek versterkt
- Ingewikkeld plooiende Stoffen ‘onthullen’ de vorm van de lichamen in plaats van ze te bedekken. Modellerende lijnwerking van soms flinterdunne stoffen versterkt sensuele karakter en geven veel volume en dynamiek.
- Ingewikkelde composities met in elkaar verstrengelde lichamen
uitdrukken van gevoelens en hartstocht, passie!
- Realisme in plaats van idealisme. De mens zoals hij is!
Veel gebruik van diagonalen en rondgaande lijnen in de compositie